Door Eric van Dusseldorp

Het zal je maar gebeuren. Je zit lekker aan het Thaise strand, kijkt naar voorbij struinende mensen en neemt af en toe een duik in het zilte water. Je bestelt een biertje, een Singhaatje, en al ras staat er een flesje op tafel. Onwillekeurig kijk je naar het etiket. 

Hé, die leeuw, die komt me bekend voor. Je kijkt nog eens goed en inderdaad: de Nederlandse leeuw. Wel ietsje anders, maar toch niet heel veel anders. Hoe komt dat toch, de afstand tussen Kikkerland en het Land van de Glimlach is ongeveer achtduizend kilometer, te veel om even te overbruggen. Waar komt die gelijkenis dan vandaan? Heeft Singha onze leeuw gebruikt voor commerciële doeleinden? Of hebben de overeenkomsten andere oorzaken?

Leeuwen lijken op elkaar

Laten we de overeenkomsten op een rijtje zetten. De Nederlandse leeuw, dus de leeuw van “Laat de leeuw niet in zijn hempie staan!” en de leeuw op het Singha-flesje of -blikje lijken erg op elkaar. En laten we de Belgische leeuw niet vergeten, die mag er ook zijn.

Hier zijn dan de overeenkomsten tussen de Nederlandse/Belgische leeuw enerzijds en de Singha-leeuw anderzijds:
1. Beide zijn linksgericht.
2. Beide hebben hun bek open.
3. Bij beide zijn tanden of tong zichtbaar.
4. HET MEEST OPMERKELIJK: beide hebben hun RECHTERvoorpoot omhoog.
5. Beide hebben hun staart omhoog, terwijl normaliter een leeuw zijn staart slap en sullig naar beneden laat hangen.
6. Beide hebben hun staart sterk gekruld, wat dan eveneens onnatuurlijk is voor een leeuw.
7. Beide hebben sterk gestileerde manen.
8. Beide zijn ‘agressief’, symboliseren macht. Overigens zijn het opvallend genoeg allemaal mannetjesleeuwen. In de echte natuur zijn het juist vooral de leeuwinnen die op jacht gaan. 

Van links naar rechts: de Nederlandse leeuw, de Belgische leeuw en de Singha-leeuw

Dit is geen toeval meer

Zoveel overeenkomsten, dat kan domweg geen toeval meer zijn. Maar er is ook een belangrijk verschil: waar de Singha-leeuw met vier – nou ja, drie dan – poten op de grond staat, staan de Nederlandse en Belgische leeuwen rechtop op hun achterpoten.

Toch heersen de overeenkomsten duidelijk over de verschillen. Het is redelijkerwijs niet te geloven dat ze niet aan elkaar verwant zijn. Maar hoe zit dat dan?

Laten we bij het begin beginnen. Net zoals een vorstin ooit heeft beweerd dat de Nederlander niet bestaat, bestaat de Nederlandse leeuw ook niet. Althans, niet als uniek in zijn soort. Zo lijkt de Belgische leeuw al sprekend op de Nederlandse. 

Maar daar blijft het niet bij. Bijgaand een afbeelding met negen Europese leeuwen. Van links naar rechts en van boven naar beneden: Finland, Bulgarije, Schotland, Bohemen/Tsjechië, Léon (Spanje), Nederland, Noorwegen, Powys (Wales), Luxemburg.

Europese leeuwentraditie

Er is dus zichtbaar sprake van een Europese leeuwentraditie waarbij haast ieder wapenschild wel iets aparts heeft. Bij de Nederlandse leeuw zijn dat het zwaard in de rechter- en de pijlen in de linkerpoot. De Belgische leeuw mist deze attributen en zal het dus bij een twist moeten afleggen tegen zijn soortgenoot bij de Noorderburen.

De typisch Europese leeuwentraditie begon pas zo rond de 12e, 13e eeuw een zichtbare vorm aan te nemen. Zo trouwde Graaf van Holland Floris III in 1162 met Ada van Schotland, die de zus was van de Schotse koning. Haar familie gebruikte de leeuw rampant (de staande leeuw dus) als symbool en Floris introduceerde hem min of meer als wapenteken in het graafschap Holland. Het dier werd het vaste symbool voor het graafschap en verscheen op allerlei zegels en wapenschilden.

Ongeveer in dezelfde tijd heerste er een koninklijke dynastie over Engeland: de Plantagenets die overigens oorspronkelijk uit Frankrijk kwamen. De afbeelding op hun wapenschild behoort ontegenzeglijk tot de Europese leeuwentraditie van die tijd, doch de leeuw is niet rampant (op twee poten staand), maar loopt zoals hij hoort te lopen. Eigenlijk lijkt hij systematisch meer op de leeuw van het Singha-bier dan op de Nederlandse leeuw. Het maakt de verwantschap tussen de Europese leeuw en de Singha-leeuw overigens alleen maar sterker.

Van links naar rechts zien we het wapenschild van Floris III, en dat van de Plantagenetdynastie in twee varianten.

Thaise leeuw vaak als beeld gezien

Nu gaan we op reis naar Thailand en komen uit bij een Thaise leeuwentraditie. Want het Singha-logo is niet zomaar bedacht door een marketing-afdeling, nee, het is een stilering van een Thaise leeuw zoals die op verschillende plekken als gouden beeld wordt aangetroffen.

Een prachtig voorbeeld is de gouden leeuw zoals die te zien is in een park in Chiang Rai. Zie de afbeelding rechtsboven. Dit is gewoon precies hetzelfde dier dat, nog wat meer gestileerd, te zien is op de flesjes en blikjes van het gewilde biermerk. Maar waar komt dat beeld, dat overigens op veel plekken in Thailand te zien is, dan vandaan?

We gaan dan ver terug in de tijd en ook treden we buiten het Land van de Glimlach. Zo rond de achtste eeuw na Christus was er in het zuiden van India de Pallava-dynastie. Met de koninklijke Tamil-familie was de afbeelding linksonder verbonden. Het getoonde plaatje is overigens later nagetekend aan de hand van oude afbeeldingen. Hoe langer je naar de twee plaatjes kijkt, hoe minder het aan twijfel onderhevig is dat de Thaise leeuw is afgestamd van de Pallava-leeuwentraditie.

Interessant is natuurlijk ook de afbeelding op de nationale vlag van Sri Lanka, een eiland dat rechtsonder India ligt. Opnieuw die leeuw met de bekende kenmerken, alleen is zijn rechterpoot niet werkeloos, in zijn klauw heeft hij namelijk een prachtig zwaard.

De leeuw komt uit Iran!

Dat is allemaal leuk, maar we zien nog geen verbinding tussen ‘onze’ leeuw en die van Singha in de zin van een gemeenschappelijke voorouder. Daarvoor moeten we diep graven naar de eerste plaatjes die kenmerken vertonen van zowel de westerse als de oosterse variant. En wat we vinden, is dat de Indiase leeuwentraditie mogelijk uit een andere streek komt.

Op zoek naar de oudste – of althans een zeer oude – afbeelding van een staande, heraldische leeuw met stijgende (rechter)voorpoot komen we uit bij een erg mooi intact gebleven bronzen riem uit ongeveer de achtste eeuw voor Christus. We zijn dan in Urartu oftewel een gebied van het huidige oostelijke Turkije, Armenië en aangrenzend noordwestelijk Iran.  Deze gouden reliëfplaaque bevindt zich in het Louvre en stelt een man met een steigerende leeuw voor en daarnaast, gespiegeld, hetzelfde beeld. 

Het tweede plaatje is van enkele eeuwen later en komt eveneens uit Iran, om precies te zijn het Achaemenidische Rijk. Het is een gouden ornament dat in het Metropolitan Museum of Art (New York) wordt tentoongesteld. Het museum beschrijft het letterlijk als twee rampant (staande) leeuwen: open bekken, tongen zichtbaar, gestileerde manen, gespierd en ineengestrengelde staarten. 

Indiase muntjes

Zo’n duizend jaar later, ongeveer 500 na Christus, duiken er in Zuid-India muntjes op met de bekende afbeelding die het kennelijk een millennium overleefd heeft. Er zijn geen principiële verschillen, behalve dat het dier nu in een natuurlijke houding staat, dus niet rampant. De verbinding tussen de vlag van Sri Lanka en de beelden in Thailand is daardoor nog wat makkelijker te maken. De twee getoonde muntjes vullen elkaar een beetje aan.

Er is nog altijd een grote sprong tussen de Iraanse leeuwentraditie en die in Europa leek op te duiken in de tijd van Floris III en Plantagenet. Daarom is de vondst van de Byzantijnse leeuw, rond het jaar 1000, wel relevant. In het Walters Art Museum (Baltimore) staat een marmeren ornament dat letterlijk Lion Rampant (steigerende leeuw) wordt genoemd. Zie het laatste plaatje. Byzantium, dat later Constantinopel werd genoemd en inmiddels Istanboel heet, was bijna letterlijk een ‘scharnier’ tussen Oost en West. De steigerende leeuw moet zich via handels- en religieuze kanalen vanuit het vroegere Iran naar zowel Europa als Zuid- en Zuidoost-Azië hebben verspreid.

Een sterk merk

Dus als je in Thailand aan een Singha sipt, of in Nederland ‘Hup Holland hup’ meezingt, sta er dan eens bij stil dat die twee leeuwen misschien veel meer met elkaar te maken hebben dan je op het eerste gezicht zou denken. Een rechtstreekse stamboom van de achtste eeuw voor Christus tot vandaag valt niet voor de volle honderd procent te bewijzen, maar de opvallende overeenkomsten zijn nauwelijks als toeval af te doen.

Vanuit het oude Nabije Oosten verspreidde de leeuw zich in allerlei vormen over een enorm gebied. Via verschillende culturen en beeldtradities kwam hij uiteindelijk terecht in Europa, India, Sri Lanka en Zuidoost-Azië. Soms stond hij fier op twee poten, soms liep hij op vier, maar zijn uitstraling bleef dezelfde: kracht, macht en koninklijke waardigheid.

Na bijna 3000 jaar staat hij nog altijd op etiketten, wapenschilden en vlaggen. ‘Een sterk merk’, zouden marketingdeskundigen anno nu zeggen. En daar is niets te veel mee gezegd.