Adam en Eva

Nadat Adam en Eva een paar dagen op aarde waren, zei God tegen Adam:  

“Het wordt tijd dat Eva en jij aan het proces gaan beginnen: de aarde van meer bewoners voorzien. Dus begin maar eens met haar te zoenen.”  

Adam antwoordde:  

“Goed, Heer, maar wat is zoenen?”  

God gaf een korte uitleg en Adam nam Eva mee naar de bosjes. Even later was hij terug.  

“Dank U, Heer, dat was aangenaam.”  

Vervolgens zei God:  

“Nu wil Ik dat je Eva streelt.”  

En Adam vroeg:  

“Goed, Heer, maar wat is strelen?”  

Na weer een korte uitleg ging Adam opnieuw met Eva naar de bosjes.  

Even later was hij terug:  

“Dank U, Heer, ook dat was aangenaam.”  

Tot slot zei God:  

“Nu wil Ik dat je met Eva de liefde bedrijft.”  

Adam antwoordde:  

“Goed, Heer, maar wat is de liefde bedrijven?”  

Wederom gaf God een korte uitleg en Adam verdween met Eva in de bosjes.  

Korte tijd later kwam hij terug en vroeg bedremmeld:  

“Heer, wat is hoofdpijn?”

Nonneke

Een ruig ogende ‘biker’ stopt bij een Harleyshop om zijn motor te laten repareren. Het euvel kan niet meteen verholpen worden, dus besluit hij te voet naar huis te gaan.  

Onderweg koopt hij bij een ijzerwinkel een emmer en een aambeeld, vervolgens een paar kippen en een gans bij de poulier. Hij vraagt zich af hoe hij alles moet dragen. De winkelier adviseert:  

– Leg het aambeeld in de emmer en draag die in de ene hand.  

– Steek een kip onder elke arm.  

– Draag de gans in de andere vrije hand.  

“Top, bedankt,” zegt de biker en hij vervolgt zijn weg.  

Even later ontmoet hij een oud nonneke dat de weg kwijt is. Ze vraagt:  

“Kan je me de weg naar Groenlaan 1603 wijzen?”  

De biker antwoordt:  

“Ik woon toevallig ook in de Groenlaan, op nummer 1616. Loop maar met me mee via een binnenweg, dan zijn we er zo.”  

Het nonneke kijkt hem wantrouwig aan:  

“Ik ben een alleenstaande vrouw zonder man om me te beschermen. Hoe weet ik dat je me niet tegen een muur duwt, mijn kleed optrekt en me een beurt geeft?”  

“Zuster,” zegt de biker, “kijk me eens staan met mijn emmer, aambeeld, twee kippen en een gans in m’n handen; hoe zou ik u ooit tegen een muur aandrukken en doen wat u zegt?”  

“Aha,” zegt zij, “zet de gans neer, zet de emmer erover en het aambeeld erop. Dan zal ik de kippen wel vasthouden!”

De brief

Brief van een moeder aan haar zoon Jan de soldaat, 1969

Lieve zoon,  

Ik neem de pen ter hand om u met potlood te schrijven, omdat de kat de inktpot omvergeworpen heeft. Gelukkig was er al bijna geen inkt meer in.  

Je bent al geruime tijd bij het leger. Zolang je hier was, miste men je niet echt, maar nu je weg bent, voelt iedereen pas goed dat je er niet meer bent.  

Afgelopen zondag organiseerde de burgemeester een ezelrace. Het was jammer dat jij er niet bij was.  

Ik stuur je nieuwe hemden die ik van de oude hemden van je vader heb geknipt.  

Er was volop feest in het dorp — het varkensmarkt was een groot spektakel en we hebben aan je gedacht.  

Je broer gaat trouwen met die vrouw die ons zo aan het lachen maakte op de begrafenis van grootvader. Je kent haar wel.  

Ik hoop dat je net zo’n goede soldaat bent als hij, die vijf kwetsuren heeft opgelopen: één aan de dij, één op Madagaskar, één in een lijf-aan-lijfgevecht en twee onverwachte.  

Je hond Sus is aangereden door een vrachtwagen; pas goed op als je de straat oversteekt!  

Hier gaat het met iedereen goed, behalve met nonkel Juul, die is overleden. Ik hoop voor jou hetzelfde…  

Je liefhebbende moeder

Veel plezier met deze moppen van Reinold!