In een vliegtuig zit een man naast een jong meisje dat net een boek openslaat.

Man: “Ik heb eens gelezen dat een gesprek of een discussie met een medepassagier de tijd sneller doet voorbijgaan.”  

Meisje: “Oh? En waarover zou u het willen hebben?”  

Man: “Laat ons bijvoorbeeld eens discussiëren over nucleaire energie.”  

Meisje: “Goed, maar mag ik u eerst een vraagje stellen?”  

Man: “Graag.”

Het meisje begint:  

“Kijk, in een weide lopen een paard, een koe en een schaap. Kunt u mij nu eens uitleggen waarom het paard van die hooiachtige vijgen laat vallen, de koe van die platte vlaaien en het schaap van die paternosterbolletjes, terwijl ze alle drie van hetzelfde gras eten?”  

Man: “Geen idee.”  

Meisje: “Wat wilt u dan vertellen over nucleaire energie als u van stront nog niets afweet!”

Ik reed over de autosnelweg richting Brussel toen ik plotseling naar het toilet moest. Ik stopte bij het eerste het beste benzinestation en liep naar de toiletten. Zodra ik op de pot zat, begon er een man naast me te praten.

Man: “Hé, alles in orde?”  

Ik (beleefd): “Euh… ja hoor, alles goed.”  

Man: “Wat ben je aan het doen?”  

Ik (wat beschaamd): “Wel euh… ik ben aan het kakken, zoals u.”  

Man (geïrriteerd): “Sorry schat, ik bel je straks terug; er zit een onnozelaar naast me op het toilet die op al mijn vragen antwoordt.”

Hollanders straffer dan Belgen

Een Belg zegt tegen zijn Hollandse vriend: “Ik ken een trucje om gratis te gaan eten.”  

Hollander: “Fantastisch — hoe doe je dat?”  

Belg: “Ik ga naar een restaurant, ga zitten en bestel een voorgerecht, een hoofdgerecht en een dessert. Daarna neem ik rustig mijn tijd met koffie en een cognac. Vervolgens wacht ik tot sluitingstijd. Als bijna alle stoelen al op de tafels staan, komt de ober vragen of ik wil afrekenen. Dan zeg ik: ‘Maar ik heb al afgerekend met uw collega die reeds vertrokken is.’ En klaar is Kees.”

Hollander: “Geweldig, gaan we dat morgen eens uitproberen?”  

De volgende dag doen ze het zoals afgesproken. Tegen sluitingstijd vraagt de ober of ze willen afrekenen.  

Belg: “Excuseer, maar wij hebben al betaald aan uw collega die reeds vertrokken is.”  

Hollander (voegt toe): “En we wachten nog altijd op ons wisselgeld!”

Fijne week,  

Reinold