PATTAYA: Veel ouderen die besluiten om na hun pensioen naar het buitenland te verhuizen, denken dat ze daar voor altijd zullen blijven. Maar verrassend genoeg blijkt dat velen vaak terugkeren naar Nederland. Gezondheid en sociale contacten spelen hierbij een grote rol.

Sinds de jaren ’70 zijn steeds meer ouderen na hun pensioen naar andere landen verhuisd. De meesten zijn tussen de 65 en 70 jaar, in goede gezondheid en hopen op een betere levenskwaliteit. Echter, verouderen in een vreemd land kan ook leiden tot eenzaamheid en een gevoel van onveiligheid, wat hen kan doen besluiten om terug te keren.

In 2021 verzamelde het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut gegevens van meer dan 6.000 Nederlandse pensioenmigranten in 40 verschillende landen. Wat opvalt, is dat hoewel slechts 5% van hen van plan was om binnen drie jaar terug te keren, bijna 9% dat toch deed. Demografische schattingen geven aan dat ongeveer een derde van deze migranten voor hun 80ste verjaardag weer naar huis terugkeert.

Factoren zoals slechte gezondheid en eenzaamheid vergroten de kans dat iemand terugkeert. Migranten met sterke sociale banden in Nederland, zoals een partner of vrienden, keren vaker terug, terwijl sterke connecties in het nieuwe land de kans op terugkeer verkleinen. Bijna 62% van degenen die al van plan waren terug te keren, deed dit ook.

Hoewel het leven in het buitenland aantrekkelijk kan zijn, kunnen de voordelen afnemen naarmate de gezondheid achteruitgaat. Terugkeer kan daarom een logische stap zijn, en mensen die onverwacht terugkomen, hebben vaak een “inburgeringscursus” nodig om zich weer aan te passen in Nederland.

Jelle van Dinther, correspondent in Thailand.